Sample image

Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt..
(Psalm 130 vers 4)

Bij God is vergeving. God is het Die ons Zijn vriendschap biedt. Nu is maar de vraag of wij schuld willen belijden. Ik neem een voorbeeld uit de vaderlandse geschiedenis van de zeventiende eeuw. Van Oldenbarneveldt kwam in de gevangenis terecht en werd ter dood veroordeeld wegens hoogverraad. Als hij aan Maurits gratie gevraagd had, was dat hem verleend. Maar Van Oldenbarneveldt wilde geen gratie vragen. Want, zo zei hij: “ik ben onschuldig.” Hoe staan wij tegenover God? Het wordt zo makkelijk gezegd: “Zondaren zijn we allemaal.” Maar weet u wat het betekent dat wij een zondaar zijn? De Bijbel maakt ons duidelijk wat dat inhoudt, namelijk dat wij van nature een vijand van God zijn en ook na het ontvangen van genade nog steeds tot alle kwaad geneigd blijven. De Heilige Geest gebruikt de boodschap van de Bijbel om mensen aan zichzelf te ontdekken. Zo wordt de vraag geboren: “O mijn ziel, doorziet gij uw lot? Hoe zult gij rechtvaardig verschijnen voor God?” Het kan gebeuren dat iemand ons zegt: “ik wil je vergeven wat je mij hebt aangedaan.”

Het is dan best mogelijk dat wij reageren met de woorden: “Maar ik heb u niets misdaan.” God laat ons verkondigen dat er bij Hem vergeving is. Hoe reageren wij op die boodschap? Hoe reageert u op die boodschap? Vindt u dat u God eigenlijk niet zo veel misdaan hebt? Want u doet toch wat u moet doen en wat u kunt doen. Zolang het zo bij ons ligt, zullen we geen deel krijgen aan de vergeving der zonden. De eerste stap naar de hemel is de belijdenis dat wij door eigen schuld op reis zijn naar de hel. Hebt u dat al aan God mogen belijden? God betuigt ons in Zijn Woord dat het bloed van Jezus Christus reinigt van alle zonden. Kun je nu weten dat je zonden vergeven zijn? En zo ja, waar is die wetenschap, die zekerheid dan op gebaseerd? Je hoort vaak zeggen: “Dat kun je nooit zeker weten.” Het klinkt heel bescheiden.

Maar vaak zit daar niets anders dan zelfhandhaving achter. Immers als niemand kan weten dat zijn zonden vergeven zijn, dan mag iedereen het hopen. Dan kon het nog wel eens meevallen. Zijn er echt geen mensen die weten dat hun zonden vergeven zijn? De Bijbel laat wel een ander geluid horen. David betuigt in Psalm 32 vers 1: “Welgelukzalig is hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is.”. Paulus mocht weten dat niets hem kon scheiden van de liefde van God in Christus. Wie beweert dat niemand kan weten dat zijn zonden vergeven zijn, zegt daarmee iets over zichzelf. Zo iemand weet het zelf niet en hij zou graag willen dat anderen het ook niet weten. Maar wist hij het echt maar niet. De werkelijkheid is dat hij er heimelijk van uitgaat dat het wel goed zal komen.

De Bijbel leert ons dat alle ongelovigen en die zich niet van harte bekeren, verkondigd moet worden dat de toorn van God op hen rust. De Bijbel geeft aan zulke mensen geen stille hoop, maar slaat die hoop juist de bodem in. Anderzijds zegt het Woord ons dat allen die de belofte van het Evangelie met een waar geloof aannemen, verkondigd mag worden dat hun zonden hun vergeven zijn. Niet dat hun zonden misschien vergeven zullen worden, maar dat hun zonden hun om Christus’ wil vergeven zijn. Een gezant van Christus zegt in Naam van Zijn Meester tot een verslagen zondaar die tot Christus vlucht: “Wees welgemoed; uw zonden zijn u vergeven” (Mattheüs 9 vers 2).

Er is zekerheid van vergeving van zonden. Dat is het getuigenis van Gods Woord. Zo staat het in de Heidelbergse Catechismus. In antwoord 56 lezen we dat “God om des genoegdoens van Christus’ wil, al mijn zonden, ook mijn zondige aard, waarmede ik al mijn leven lang te strijden heb, nimmermeer wil gedenken.” God denkt niet meer aan de zonden van Zijn kinderen. Hij heeft al hun zonden achter Zijn rug geworpen.

Wat is nu de grond van de vergeving van zonden? Op welke basis vergeeft God de zonden? Stel je deze vraag, dan hoor je nog al eens de volgende antwoorden. “Je moet berouw hebben over de zonden” of “Je moet je leven beteren.” Het is zeker waar dat iemand die geen berouw heeft over zijn zonden, ook de behoefte niet kent aan de vergeving ervan. Maar dat betekent nog niet dat berouw over de zonden de grond is van de vergeving.

Neem nu eens het volgende voorbeeld. Iemand heeft het er zelf naar gemaakt dat hij in grote financiële moeilijkheden terecht gekomen is. Hij kan zijn schuldeisers niet voldoen. Hij voelt dat hij fout gehandeld heeft. Hij heeft daar berouw over.

Hoe goed dat ook in zichzelf is, met dat berouw zien die schuldeisers hun geld niet terug. Evenmin met het feit dat de persoon in kwestie zijn leven gebeterd heeft. Zonder berouw over de zonden wordt de vergeving niet begeerd. De vrucht van de vergeving is de vernieuwing van het leven. Maar berouw over de zonden en vernieuwing van het leven zijn niet de grond van de vergeving. Die ligt elders. Baseer je de vergeving van zonden op je berouw, dan blijf je altijd worstelen met de vraag: “is mijn berouw diep genoeg?” En hoe diep de zonden ons ook berouwen, nooit zal een mens hier op aarde volledig de diepte van de zonden peilen. Grond je de vergeving van zonden op je levenswandel, dan moet je wel je ogen dicht doen voor de werkelijkheid.

Zelfs de allerheiligsten hebben nog maar een klein beginsel van de nieuwe gehoorzaamheid. Ook onze beste werken zijn met zonden bevlekt. Paulus, die mocht getuigen dat hij gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, vrede had bij God, beleed ook: “ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?” (Romeinen 7 vers 24). Wat schiet er dan nog over? Wel, zo staat er in de Heidelbergse Catechismus, de genoegdoening van Christus. Dat is het enige wat overschiet. En dat is dan ook ruim voldoende. De Heere Jezus Christus heeft aan de eisen van Gods wet genoeg gedaan. Hij heeft de schuld van Zijn volk volkomen betaald. Christus heeft genoeg gedaan. Daar hoeft door ons niets aan toegevoegd te worden. Treffend is dit door de Engelse prediker Toplady als volgt verwoord:

“Vaste rots van mijn behoud,
als de zonde mij benauwd.
Laat mij steunen op uw trouw,
laat mij rusten in uw schaûw.
Daar het bloed door U gestort,
mij de bron des levens wordt.”

Hebt u reeds oog gekregen voor het bloed van het kruis? Hebt u daar genoeg aan? Daar gaat het om. Want wie de Zoon heeft, heeft het leven, maar wie de Zoon niet heeft, die heeft het leven niet. God heeft Hem voorgesteld tot een verzoening door het geloof in Zijn Naam. Nu is God rechtvaardig en Hij rechtvaardigt zondaren door het bloed van Zijn Zoon.

God heeft de zonden aan Zijn Zoon gestraft, opdat Hij genade en vergeving zou schenken aan iedereen die in Christus gelooft. Christus heeft betaald. De broers van Jozef gingen naar Egypte om koren te kopen. Zij hadden geld bij zich om te betalen. Zij kregen het geld echter terug. Er hoefde niet betaald te worden. Bij hun tweede reis naar Egypte wisten ze het helemaal niet meer. Opnieuw werd het geld in hun zakken gelegd en daarnaast de beker van Jozef in de zak van Benjamin. Als gevangenen moesten ze terug naar Egypte. Ze zagen geen uitweg meer. Juist in die omstandigheden maakte Jozef zich aan zijn broers bekend. Hij zei tot hen: “ik ben Jozef” (Genesis 45 vers 3). Zo doet Christus het nu ook. als wij proberen voor onze schuld te betalen, wordt dat niet geaccepteerd. Het Brood des levens is niet te koop. Het is wel gratis te krijgen op grond van het bloed van Christus. Met onze beste werken kunnen we geen enkele zonde uitwissen.

Onze betaalmiddelen gelden niet voor God. Er is maar één betaalmiddel en dat is het bloed van Christus. Alleen het offer van Christus kon Gods heilig oog behagen. De grond van de vergeving ligt in de persoon, het werk, het offer, de genoegdoening van Christus. De vraag of uw zonden vergeven zijn, kan ik daarom ook anders stellen. Wat dunkt u van de Christus? is Hij uw leven? Is Hij u dierbaar? Is Hij u geschonken? Beoefent u het geloof in Hem? Johannes schreef in zijn eerste zendbrief: “indien wij gezondigd hebben, wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus de rechtvaardige” (1 Johannes 2 vers 1). Of om de woorden van Toplady te gebruiken:

“Niet de offers die ik breng.
Niet de tranen die ik pleng.
Schoon ik ganse nachten ween,
kunnen redden
Gij alleen.”

Komende bijeenkomsten

vrijdag 27 april 2018
14:00 - uur
Koningsdag 2018 (bij de familie Van Eldik aan de Tolsestraat)
woensdag 02 mei 2018
20:00 - uur
Huwelijkstoerustingscursus
zondag 06 mei 2018
14:30 - 15:30 uur
Zondagsschool Samuel
dinsdag 08 mei 2018
14:30 - 16:00 uur
Ouderenmiddag
zondag 13 mei 2018
14:30 - 15:30 uur
Zondagsschool Samuel